FD 08-04-12: Een Volendams bedrijf probeert te ontdekken wat palinglarven eten.

Verslag van het Financieel Dagblad over ‘ Palingcreche in Volendam':

Per aquarium krijgen de palinglarven verschillend samengesteld voedsel, net zolang tot duidelijk wordt wat de larven eten; waarschijnlijk het een of andere plankton.In Volendam, ooit kampioen van de Nederlandse palingvangst, bereiden ze in stilte een revolutie voor.

Bij Volendam Glasaal bv, achter een eenvoudige voordeur op een bedrijventerrein, verwacht men binnen twee jaar te ontdekken wat voor voer een pasgeboren paling (een larve) eet. Dat is nog nooit eerder gelukt. Als ze daar in Volendam eenmaal achter zijn, kan voor het eerst in de geschiedenis glasaal gekweekt worden, zeg maar paling van kleuterleeftijd. En glasaal, dat is big business.

China of Zweden

Elke palingkwekerij — of die nu in China of Zweden staat — heeft glasaal nodig. Die wordt nu nog in het wild gevangen en tegen fenomenale prijzen verhandeld, want van onze geliefde paling is de afgelopen decennia zo veel gevangen, dat glasaal inmiddels schaars is.Wonderlijk toch, dat het zo lastig is om te achterhalen wat een visje eet. De belangrijkste reden hiervoor is dat de geboorte van de paling een mysterie is. De larven van de paling worden geboren in de Sargassozee. Dat is een deel van de Atlantische Oceaan, ten oosten van de Caribische eilanden. Niemand weet precies waar de zee begint en ophoudt en niemand heeft ooit de paling in het wild geboren zien worden.

Larven

Vanaf de Sargassozee drijven de larven van de paling (de Latijnse naam is Anguilla anguilla) op de Golfstroom richting de westkust van Europa. De eerste vijf dagen van hun reis leven ze van een klein voedingszakje, waarmee ze geboren worden. Daarna moeten ze het zelf zien te rooien. Slagen ze erin hun eigen babyvoedsel te vinden, dan groeien ze uit tot glasaal en bereiken ze na enkele jaren de westkust van Europa.

Glasalen die in Europa aankomen en niet direct langs de Portugese en Franse kust worden gevangen en verhandeld, zwemmen noordwaarts. Daar trekken ze het zoete water in — van het IJsselmeer bijvoorbeeld. Hier leven ze jaren en jaren, tot ze de drang voelen zich voort te planten. De vrouwtjes zijn dan gemiddeld vijftien jaar oud, de mannetjes iets jonger. En dan? Dan zwemmen ze door sloten, rivieren en kanalen naar de Noordzeekust en vandaar weer helemaal terug naar de Sargassozee. Daar paaien ze, om vervolgens te sterven. Dramatisch, toch?

Volendam Glasaal

Bij Volendam Glasaal, waar het naar nieuwe verf ruikt en de meeste aquaria en bassins nog leeg zijn, verwachten ze binnenkort de geboorte van de eerste larven — misschien zijn ze er al, wanneer u dit leest. Het is een unicum dat ze op het vasteland geboren worden, hier, in Nederland. Leidse wetenschappers hebben het recentelijk voor elkaar gekregen paling in hun laboratoria te laten reproduceren. Op de resultaten van dat onderzoek rust een patent, dat is overgegaan aan Volendam Glasaal, een samenwerking van de Leidse wetenschappers en voornamelijk Volendamse ondernemers.

Paling in gevangenschap tot voortplanting aanzetten is veel lastiger dan bij bijvoorbeeld zeebaars, nog zo’n populaire kweekvis. De crux is dat paling pas onderweg naar de Sargassozee geslachtsrijp wordt. De Leidse onderzoekers die in hun laboratoria probeerden paling te vermenigvuldigen, konden de jonge paling uit het IJsselmeer, die nog geen eitjes of sperma produceert, niet gebruiken voor de reproductie.

Sargassozee

Wat vonden ze erop? Ze lieten de vis vlak voor de Zeeuwse kust vangen, waar hij startklaar is voor de oversteek naar de Sargassozee. Dan is hij namelijk bijna geslachtsrijp. Hij verandert dan ook van naam: paling wordt schieraal. De onderzoekers lieten de Zeeuwse vissen in hun aquaria los en zagen hoe ze daar aan hun ‘imaginaire reis’ naar de Sargassozee begonnen. Een maand of vier trokken ze baantjes, alsof ze bezig waren met het oversteken van de Atlantische Oceaan.De zwemtocht, en daarmee het geslachtsrijp worden van de vis, vindt nu plaats in Volendam, net als de menging van eitjes en sperma. Als de eerste larven geboren worden, wordt het druk in Volendam.

Viskwekerijen

Tot die tijd doet één man daar al het werk. Andries Zwaga is een Nederlander met twintig jaar ervaring bij viskwekerijen in het buitenland, vooral Frankrijk. Zwaga leidt me rond, toont me waar de voor de Zeeuwse kust gevangen vis een aantal weken in quarantaine gaat, en de ruimtes waar de schieraal zijn lange, fictieve weg naar de Sargassozee aflegt. Terwijl we praten rijdt er een truck voor met vers zeewater voor de aquaria — nooit geweten dat dat ook handel is. Elke ruimte bij Volendam Glasaal heeft een volledig gescheiden watersysteem. In de ruimte voor de larven staan wel twintig grote en kleine aquaria.

Per aquarium krijgen de larven verschillend samengesteld voedsel, net zo lang tot duidelijk wordt wat de larven eten; het een of andere plankton, verwacht Zwaga. Is dat raadsel eenmaal opgelost, dan gaan ze in Volendam ook de voeding voor de larven kweken.Ik vroeg me aanvankelijk af waarom Glasaal bv juist in Volendam staat. Het antwoord is treurig in zijn eenvoud: met de teruggang van de palingstand en daarmee van de vangst, is de bedrijvigheid in Volendam afgenomen. De ziel is uit het dorp. De schepen, de vissers, de afslag, de palingrokerijen, de handel — niets is meer wat het geweest is. Als het lukt de juiste samenstelling van het voer te vinden, kan Volendam weer boomtown worden. In dat geval kan het bedrijf straks wereldwijd exporteren, tot ook een ander bedrijf erin slaagt de reproductiemethoden en de juiste voeding te vinden. Het is dus zaak snel te zijn en zo rap mogelijk een groot deel van de markt te beheersen.

Aandeelhouders

De aandeelhouders van Volendam Glasaal (er is nog ruimte voor enkele geïnteresseerden) willen verdienen aan de handel in glasaal, maar ze hebben nog een ander doel. Naast kweekpaling zal altijd een markt blijven bestaan voor wilde paling. Daarom wordt te zijner tijd een deel van de glasaal in de omliggende sloten en in het IJsselmeer uitgezet. Aanvankelijk was er protest tegen dat idee, omdat de eerste larven uit het Leidse laboratorium geen ‘raszuivere’ Anguilla anguilla’s waren.

Dat bezwaar is achterhaald: Volendam Glasaal werkt nu met larven van de echte, ware paling. Hoe dan ook, met gekweekte glasaal wil men uiteindelijk de palingstand verbeteren.Om dat plan te laten slagen moet de gekweekte glasaal wel flink goedkoper worden dan de wilde, anders verdwijnt het kroost van de in het IJsselmeer uitgezette glasaal straks gewoon weer in vissersnetten langs de Europese westkust.

 

(bron: Financieel Dagblad)